Primeurs
Geplaatst 14 november 2014
Dat er deze vrijdagavond slechts vier partijen werden afgewerkt was niet voor de eerste keer dit seizoen. Wel was het de eerste keer (dit seizoen) dat Andries de Meyer meespeelde in de interne competitie. Hij is wel elke week aanwezig om de jeugd te onderwijzen in de schoonheid van het schaakspel, maar van het (daarna) zelf spelen kwam het er nog niet van. Nadat de (hulp) competitieleider het juiste Keizerbestand boven water wist te toveren, werd de Meyer gekoppeld aan een andere Denk en Zetter die ook nog geen één partij had gespeeld dit seizoen. Sterker nog, het was de eerste keer dit seizoen dat Jan van der Sleen acte de présence gaf op de schaakzolder. Door zijn studie is van der Sleen nog maar zelden in het Thoolse, maar hij is nog steeds trouw lid van de schaakvereniging en dankzij het Keizersysteem is (schaars) meespelen in de interne competitie geen probleem. Van der Sleen speelt nog regelmatig zijn partijtjes ‘daar in het oosten’ en is het laatste jaar fors gestegen in rating. Beide spelers begonnen aftastend met g3 en d6 en het duurde een behoorlijk aantal zetten voordat iemand de middellijn over durfde. Er werd behoorlijk wat geschoven en weinig geslagen, zodat - zoals zo vaak - ook in deze partij de tijd de beslissende factor werd. Van der Sleen was nog gewend aan het oude langere speeltempo en had dus ‘pech’ met het huidige tempo van 1 uur + 30 seconden per zet. Extra pech eigenlijk, want hij was in de veronderstelling dat hij de laatste vijf minuten niet hoefde te noteren, maar ‘dankzij’ de 30 seconden extra per zet blijft dat verplicht. Op het moment dat zijn vlag viel kon zijn tegenstander de Meyer overigens stellingsgewijs ook vernietigend binnenvallen.

Een andere primeur was de wedstrijd tussen Joost van Eenennaam en Sebastiaan Koedoot. Dit was de eerste ontmoeting tussen beiden in een normale partij. Koedoot kwam al snel een (dubbel)pion voor, welke irritant op de vierde rij in de vijandelijke stelling stond. Daarnaast had van Eenennaam nog een geïsoleerde randpion en een geïsoleerde dubbelpion. In een poging tegenspel te creëren werd er door hem via de opstoot f2-f4 extra ruimte gemaakt in een poging om de loper beter tot zijn recht te laten komen. Van Eenennaam had de pech dat in de stuk- en pionafruil die volgde de stukken van Koedoot actiever stonden en hierdoor Koedoot twee (verbonden vrij)pionnen voorkwam, wat van Eenennaam zicht niet meer liet bewijzen.

Voor alles moet de eerste keer zijn en volgens Johnny van de Berge had hij nog nooit gewonnen van Theo Blonet in een normale partij. Er kwam een Boedapester op het bord, waarbij Blonet een toren offerde voor actief spel en druk op de nog in het midden staande koning van van den Berge. Laatstgenoemde Berge bleef goed verdedigen en Blonet moest genoegen nemen met remise. 

Wilco Lindhout speelde tegen Bart Hertog. Geen nieuwigheid hier, of het moet de les zijn dat loper e7 de vluchtweg van de eigen zwarte koning beperkt. Na een torenoffer kon de witte dame geholpen door de loper dodelijk binnenvallen. Leuk voor Hertog en leerrijk voor Lindhout. Ach, lessen die op een harde manier duidelijk worden sorteren het meeste effect toch?

Saillant detail van deze avond was de opstelling van de borden. Net nadat het Sinterklaasjournaal record kijkcijfers heeft getrokken in verband met de nieuwsgierigheid van de Nederlander naar de kleur van de Pieten, bleek dat toevalligerwijs? de borden zo stonden opgesteld dat alle witte stukken aan dezelfde kant stonden (en logischerwijze de zwarte stukken dus ook). Uit politiek correcte overwegingen en om dit soort frontvorming te voorkomen misschien de volgende keer dan maar met gele en bruine stukken spelen?